125 jaar geschiedenis van VZOS

Vooruitgang Zij Ons Streven

V.Z.O.S. 90 jaar.

De V.Z.O.S. heeft de leeftijd der zeer sterken bereikt – waarlijk geen geringe prestatie!

De vereniging heeft zich ondanks tegenslagen en tegenwerking staande weten te houden en is na 2 wereldoorlogen telkens krachtiger herrezen, en in 1981 is zij met een ledental van vijftig, waaronder veel jongeren, sterker dan ooit. (35 jaar later staat de teller op zelfs op 125 leden)

We mogen dan ook niet vergeten dat het de leden zijn die een vereniging maken tot wat zij is, mensen met hart voor hun club en voor hun sport, en datde V.Z.O.S. zulke leden heeft is buiten kijf en een felicitatie waard.

Ik ben blij dat het oudste lid van V.Z.O.S. en zijn vroegere voorzitter, tevens zoon van één der oprichters, de heer Arie Voogt, me gevraagd heeft hem te helpen bij het samenstellen van dit gedenkschrift, want aan hem en zijn V.Z.O.S. danken mijn man en ik onze kennismaking die resulteerde in liefde voor deze mooie sport, in een grote vriendenkring en in veel daarmee verbonden onvergetelijke belevenissen.

Van deze gelegenheid maak ik graag gebruik om V.Z.O.S. veel geluk en voorspoed toe te wnesen en zijn leden voor de toekomst nog talrijke sportieve successen.

Renate van Hinte.

 

 

1891 – 1981

V.Z.O.S. – Vooruitgang Zij Ons Streven

Als één van de oudste leden die nog deelneemt aan al het reilen en zeilen van de vereniging, is het mij met toestemming van het Bestuur vergund, over dit reilen en zeilen gedurende de 90 jaren van haar bestaan te schrijven.

Samen met mevr. R. van Hinte heb ik getracht op papier te zetten wat ik via informatie uit allerlei bronnen te weten ben gekomen. Helaas is er door slordigheid van besturen in de jaren voor de 2e wereldoorlog veel documentatie zoekgeraakt, en wat ik nu neerschrijf uit die tijd, is van mijn vader (H. Voogt) afkomstig.

Toen de werkzaamheden aan het Noordzeekanaal aan het einde van de 19e eeuw begonnen, kwamen er uit heel Nederland mensen deze kant op om het kanaal te helpen graven. Bij degenen die werk zochten bij het kanaal of wellicht in één van de fabrieken die al spoedig op de oevers ervan werden gebouwd, was een man uit Noord-Brabant, Manders geheten. Als Brabander was de heer Manders goed bekend met de handboogsport, die in het zuiden alom werd beoefend, en hij wist een aantal bewoners van wat toen nog “Jan Gijzenvaart” heette over te halen een vereniging op te richten. De namen van de oprichters, die mij nog bekend zijn, zijn: H. Klauwers, M. Verhappen, H. Voogt, J. Lokerman, G. Smit en Slebos. Er zullen nog wel enige personen bij de oprichting zijn geweest, maar hun namen zijn mij niet bekend. De oprichting vond plaats in 1891 en de club kwam “Vooruitgang Zij Ons Streven” te heten, afgekort V.Z.O.S., zoals hij nu nog heet.

De heer Manders zorgde ervoor, dat bogen en pijlen uit Brabant werden opgestuurd.

Er werd voor de nieuwe club een buitenbaan gevonden, en wel op de Harddraverslaan, destijds gelegen in het bos van het landgoed “Spaarnberg”, dat toebehoorde aan mevrouw Wüste, een gefortuneerde inwoonster van Santpoort. Deze dame werd de eerste beschermvrouwe van de V.Z.O.S.. De baan was in de open lucht, dus alleen te gebruiken in de zomer en bij goed weer. Het ging er toen nog feestelijk aan toe, met veel geestrijk vocht!

Er werd op een afstand van 25 meter met aan iedere kant een doel, telkens 1 pijl, en het blazoen vertoonde 5 zwarte ringen op een witte ondergrond: de puntentelling was dus 1-5. De roos was een wit rondje dat “pepermuntje” werd genoemd. Een trommelslager gaf een roffel dat alles veilig was, en dan pas kon men beginnen. Deze man maakte ook door middel van het aantal slagen aan de schutters bekend hoeveel men geschoten had. Hij gaf zoveel slagen als er punten geschoten waren., en bij een roos gaf hij een flinke roffel voort. Een partij bestond uit 16 pijlen. De rozen die geschoten werden moest men betalen met één cent, en 2 cent moest worden neergeteld voor elke heul (6 pijlen) die men schoot.

Een andere traditie (die tot op de dag van vandaag (1981) bij V.Z.O.S. wordt gehandhaafd) is het schieten in zestallen, telkens één pijl elk, waarbij de beste schutters het eerste zestal vormen, enz.

Kort na de eeuwwisseling bood de heer Klauwers, eigenaar van het Stations Koffiehuis te Santpoort, de schutters het gebruik aan van een binnenbaan. Bij had namelijk voor de welgestelde heren uit Santpoort een kegelbaan gebouwd bij zijn koffiehuis, waar de schutters voortaan op zaterdagmiddagen en ’s zondags van half 10 – 1 uur terecht konden. De wekelijkse huur bedroeg f1,50, waarvoor de leden een kwartje per week bijdroegen. Het was een rijkdom in die jaren om een overdekte baan te bezitten. Voortaan kon V.Z.O.S. dus het hele jaar door schieten. De vereniging kreeg ook een nieuwe beschermheer, de heer Cremer, eveneens eigenaar van een groot buiten in Santpoort, namelijk Duin en Kruidberg! Elk jaar gingen de bestuursleden van alle Santpoortse verenigingen, dus ook van V.Z.O.S., de heer Cremer een gelukkig Nieuwjaar wensen en kregen dan een borreltje en een sigaar, alsmede f25,- voor de clubkas.

V.Z.O.S. ging zich aansluiten bij de pas opgerichte Zuid Hollandsche Bond, en nam deel aan de wedstrijden die deze bond organiseerde. Destijds waren de volgende verenigingen bij deze bond aangesloten: “Romeinen” en “Batavieren” uit Rotterdam, “Willem Tell” en “Frederik Hendrik” uit Delft, “De Jonge Batavieren” uit Haarlem, “Concordia” en “Claudius Civilus” uit Amsterdam en “V.Z.O.S.”. Deze verenigingen schoten een competitie van 4 wedstrijden om beurten op de banen van de bij loting aangewezen vereniging.

Het is nog wel aardig te vermelden dat “De Jonge Batavieren” een baan hadden achter wasserij Duin aan de Amsterdamsevaart. Later zijn zij verhuisd naar Café “’t Hemeltje” in Bloemendaal. Deze vereniging bestaat nu niet meer.

Op alle wedstrijden werden 16 pijlen op de 25 meter geschoten. In die tijd had natuurlijk niemand een auto, en de schutters namen de trein, of ze fietsten heen en terug naar Amsterdam met hun bogen op de fiets gebonden.

De bogen en pijlen die de schutters in die tijd gebruikten waren van hout, en wel veelal “turks eiken”, en de pijlen naar ik meen van beukenhout.

Een belangrijk jaarlijkse gebeurtenis voor de vereniging was (en is) het Koningschieten, dat altijd wordt gehouden in de eerste week van mei, 2 x 16 pijlen op de 25 meter. De beste schutter mag zich een jaar lang Koning noemen. Degene die 3 keer achter elkaar Koning wordt is de Keizer. Deze mag in de volgende jaren slechts buiten mededinging meedoen aan het Koningschieten en blijft Keizer tot een volgende schutter drie keer achter elkaar de Koningstitel heeft behaald.

Zelf ben ik in deze sport begonnen als pijlenjongen op de vrije baan. Deze vrije banen waren meestal opgesteld naast de wedstrijdbanen. Er werd meestal maar op één schijf geschoten, en men kon 5 schoten doen voor 25 cent. Het aldus verzamelde geld werd aan het eind van de dag na aftrek van enige procenten verdeeld over de drie of vijf deelnemers, die de hoogste scores geschoten hadden. En ik rende maar heen en weer om de pijlen terug te brengen, en kreeg dan van iedere schutters een paar centen. Met deze centen heb ik uiteindelijk een boog kunnen kopen en werd toen op mijn 12de jaar, in. Pl.m. 1920 ook schutter.

In de eerste Wereldoorlog moest het schieten onderbroken worden, omdat soldaten op onze baan werden ingekwartierd. Maar in 1919 kwam er weer leven in de schutterij. Inmiddels waren er enige verenigingen bij gekomen, nl. “Reineveld” uit Delft en “D.O.S.” uit Wassenaar, en hun leden gingen samen met V.Z.O.S. en de eerder genoemde clubs de competitie hervatten. Vele prijzen zijn er door onze vereniging gewonnen, waaronder medailles geschonken door Prins Hendrik en door Koningin Wilhelmina. Toen waren de prijzen nog van goud en zilver. Maar helaas overkwam onze vereniging in die tijd een ramp: onze prijzenkast werd gestolen met daarin ongeveer 100 prachtige bekers en andere prijzen. Er is nooit iets van teruggevonden, alleen de lege kast, en wat de prijzen betrof moesten wij weer van voren af aan beginnen.

Het is wel leuk om te vermelden hoe ik mijn eerste prijs won. Dit was in het Algemeen Verkooplokaal in Rotterdam, en ik was 14 jaar. Ik won de poedelprijs voor het meeste wit op de kaart, maar desondanks was ik maar wàt trots!

In de jaren na 1918 groeide het aantal leden gestadig, en ook het aantal prijzen dat in de nieuwe kast kwam te hangen. Bij de wedstrijden op onze baan kwamen dikwijls vooraanstaande personen kijken die ook prijzen schonken, zoals o.a. de heer Cremer, mejuffrouw Enschede, mevrouw Wüste, de heer Dolleman en dhr. de Groot. Dit alles is voorbij, er is geen beschermheer meer, en er worden geen prijzen meet beschikbaar gesteld.

Toen kwam de tweede wereldoorlog , en weer stond de vereniging op straat, omdat de Duitsers de baan bezetten. Deze heren presteerden het om alle bogen en pijlen die opgeborgen waren in een afgesloten kast, toch eens uit te proberen. Omdat zij die bogen verkeerd gingen opspannen, waren er vele gebroken. Met de bogen die over waren, hebben zij alle pijlen kapot geschoten, en toen ze eindelijk de baan verlieten, bleek al het materiaal vernield te zijn. Maar wij gingen niet bij de brokken neerzitten en begonnen weer opnieuw. Met giften van buiten, een loterij en bijdragen der leden werd nieuw materiaal aangeschaft. In die tijd was de prijs van een boog ongeveer f20,- en een pijl kostte pl.m. f2,-. Nu (1981) koopt men een boog voor f500,- of meer, al naar gelang de omvang van de beurs. Pijlen kosten nu pl.m. f12,- per stuk. Maar daar staat tegenover, dat het materiaal wel meer is uitgebalanceerd.

In de periode na de tweede wereldoorlog tot nu toe heeft V.Z.O.S. veel prijzen in de wacht gesleept, getuige de prijzenkasten. Hiertoe hebben veel schutters bijgedragen., zo traden op de voorgrond de heren Chr. Smit, F.J. Verhappen, J. de Jonge, G. Meirmans, en in de laatste tien jaar A.lex Paap, Bert Paap, Jan Koens, en nog vele anderen, teveel om op te noemen.

Niet onvermeld mag blijven, dat in de zestiger jaren voor het eerst ook dames naast de heren aan de meet gingen verschijnen, al spoedig bleek dat zij met goede resultaten aan de wedstrijden gingen meedoen.

Ongeveer in 1958 begon de grootste ellende die V.Z.O.S. in de 90 jaren van zijn bestaan moest meemaken. Het Stations Koffiehuis en de baan werden afgebroken, om plaats te maken voor woningbouw. Zij moesten naar een ander onderkomen uitzien.

Met de hulp van de eigenaar van Café Zomerlust konden wij een stukje grond huren van ongeveer 8 meter breed. Daar gingen de leden zelf een baan opzetten, ongeveer op dezelfde manier als in 1891 in het allereerste begin. Enkele jaren konden wij er ongestoord schieten. Toen hoorden wij plotseling, dat het hele terrein (waar wij nog steeds onze baan hebben) verkocht zou worden voor boxenbouw. Gelukkig was de broer van één onzer leden bereid om snel een gedeelte van het land te kopen, en dus hebben wij de baan toen verplaatst. Er was zelfs een verbetering voor ons: de kant waar de schutters stonden werd overdekt. De gemeente verleende enige steun, en toen de baan werd geopend, loste de toenmalige wethouder, de Heer de Boer, het eerste schot.

Maar na enkele jaren sloeg opnieuw het noodlot toe. De koper van het terrein, de heer van Loon, kwam door een auto-ongeval om het leven, en de familie wenste het stuk grond te verkopen. Er is toen van alles aan gedaan om dit te voorkomen, maar dit is niet gelukt.

Zelf was ik in die tijd voorzitter van V.Z.O.S., en in die hoedanigheid ben ik toen nar de eigenaar van café Zomerlust, de heer D. Groot, gestapt om hem te verzoeken het terrein voor ons te kopen, want de vereniging ontbrak het hiervoor aan voldoende financiële middelen. Gelukkig was de Heer D. Groot hiertoe onmiddellijk bereid, zodat binnen één week de zaak rond was.

Tot 1977 zaten wij daar rustig, maar toen kwamen er wederom moeilijkheden. Het terrein werd verkocht aan Garage Feenstra, zonder dat er van tevoren met ons overleg was gepleegd. Dus nu was de baan weer in handen van een andere eigenaar. Maar de vereniging kon er blijven, en er werd zelfde de mogelijkheid van een verbouwing geopperd, zodat wij over acht banen zouden kunnen beschikken. Echter, het noodlot sloeg opnieuw toe: de bouw ging niet door, want er werd geen vergunning verleend. Het kon niet slechter, want plotseling hoorden wij, dat het stuk grond weer van eigenaar was veranderd, en wederom zonder ons erin te kennen. Inmiddels waren wij reeds met onderhandelingen bezig voor een andere baan. Van de nieuwe eigenaar kregen wij al spoedig bericht, dat wij per 1 november 1980 het terrein moesten verlaten.

Door al deze omstandigheden genoodzaakt, hadden wij al contact opgenomen met de afdeling Sport en Recreatie der Gemeente Velsen. Er werd veel gepraat, maar wij kwamen niet ver, ondanks allerlei beloftes. Maar helaas: veel beloven en weinig geven doet de gek in  vreugde leven. Het resultaat van alle besprekingen is nog steeds nihil, wij hebben nog geen andere baan. Wij zijn nog steeds aangewezen op hetgeen wij nu hebben, een baan die aan alle kanten lekt en tocht en eigenlijk niet meer geschikt is voor onze sport. We moeten nieuwe leden weigeren, omdat wij geen ruimte voor hen hebben, wat vooral voor de invaliden die zich willen aanmelden zeer te betreuren is.

Ondanks de besprekingen die de leden van ons bestuur gehad hebben met de gemeentelijke autoriteiten en de afdeling Sport en Recreatie is er niets tot stand gekomen. Verschillende heren van bovengenoemde instanties hebben een bezoek gebracht aan onze baan en waren het met ons eens, dat deze niet meer geschikt is om on\ze sport naar behoren te beoefenen. Er werden ons gouden bergen beloofd, maar er kwam niets tot stand. En zo moeten wij ons 90-jarig bestaand in wel zeer droevige omstandigheden vieren.

Maar ondanks alles gaan wij door! De door de leden gekozen Jubileum-commissie stelde een feestprogramma samen, dat gespreid is over de gehele zomer van 1981. Een veelbelovend programma waarvoor veel werk is verricht. Helaas kunnen wij ons jubileum niet  vieren op ene mooie nieuwe baan, zoals wij vurig hadden gehoopt. Nu zijn wij genoodzaakt het sportieve gedeelte aanmerkelijk in te korten, want op onze baan is het helaas absoluut onmogelijk naar behoren uit te voeren.

Graag wil ik deze gelegenheid te baat nemen om allen te danken die voor ons feest zo veel werk hebben verricht en nog zullen verrichten. Tevens dank ik mevr. R. v. Hinte, die mij terzijde heeft gestaan bij het samenstellen van dit overzicht van 90 jaar lief en leed van V.Z.O.S..

  1. Voogt

Santpoort, mei 1981.